Breinkorf blogt.

Kleine stappen

Als je een grote ontwikkeling wilt doormaken met je team, ben je als leidinggevende al snel geneigd om groot te denken. Dit moet anders, dat moet anders - de frustratie is soms groot en de ambitie dus ook. Dat is begrijpelijk. En het is goed, want ambitie geeft richting. Maar als teamcoach trap ik vaak op de rem. Denk groot, maar zet kleine stappen. Want verandering gaat gewoon niet met één grote sprong. Vaak begint het juist met iets kleins: een nieuwe afspraak, een patroon dat wordt herkend, een ander gesprek, of gedrag waarmee een team gaat experimenteren.

In Japan noemen ze dit principe Kaizen: voortdurend verbeteren in kleine stappen. Voor mij als teamcoach is het een fundament en ik zie steeds opnieuw dat het zo werkt.

Grote ambities, kleine stappen
Grote doelen stellen voor de ontwikkeling van een team, is natuurlijk belangrijk. Dat geeft richting. Bijvoorbeeld: het onderlinge vertrouwen herstellen, meer eigenaarschap nemen, constructief conflicten kunnen oplossen of elkaar meer aanspreken. Maar de afstand tussen de huidige situatie en het gewenste resultaat kan ook groot voelen. Want waar begin je als het vertrouwen al langere tijd onder druk staat? Hoe word je als team ‘meer aanspreekbaar’? En wat moet een team morgen anders doen om uiteindelijk ‘meer eigenaarschap’ te bereiken?

Juist daar helpt de focus op kleine stappen. Daarbij is gedurende het proces steeds de vraag: wat is een kleine beweging die we kunnen maken?

Kleine stappen brengen verandering binnen bereik
Een kleine stap vraagt minder van mensen dan een grote gedragsverandering. Het nieuwe ligt dicht genoeg bij het bekende om ermee te kunnen experimenteren. Dat is belangrijk, want teams zijn systemen waarin in de loop van de tijd allerlei patronen en gewoontes ontstaan. Ook patronen waar mensen last van hebben, hebben vaak een zekere stabiliteit gekregen. Ze veranderen niet simpelweg omdat we afspreken dat het vanaf nu anders moet.

Een kleine interventie kan zo'n patroon wel in beweging brengen. Daarom vraag ik teams vaak bij de afsluiting van een sessie: wat is de kleinste stap die jullie kunnen én willen zetten?

Dus niet: hoe zorgen jullie dat iedereen zich voortaan uitspreekt?

Maar bijvoorbeeld: wat kunnen jullie in jullie volgende overleg anders doen waardoor verschillende geluiden iets makkelijker op tafel komen?

Het gaat om haalbaarheid, motivatie en eigenaarschap. Het antwoord hoeft niet spectaculair te zijn. Liever een kleine afspraak die mensen werkelijk uitvoeren dan een prachtig voornemen dat na twee weken verdwenen is.

Kleine successen maken een volgende stap mogelijk
Kleine stappen hebben nog een voordeel: ze maken zichtbaar dat verandering mogelijk is. Een team probeert iets uit. Het gesprek verloopt net anders. Een afspraak blijkt te werken. Iemand spreekt zich uit waar dat eerder niet gebeurde. Collega's merken dat ze een lastig onderwerp kunnen bespreken zonder dat het direct escaleert.

Zo'n ervaring is klein, maar betekenisvol. Want het team ervaart: hé, we kunnen dit dus anders doen.

Dat vergroot het vertrouwen in het eigen vermogen om te veranderen. En vanuit die ervaring ontstaat ruimte voor een volgende stap. Teamontwikkeling wordt daarmee een proces van waarnemen, experimenteren, leren en bijsturen.