Uit het ‘dagboek’ van een MT/DT-coach
08.30 uur – in de auto, vlak voor de sessie
Oké. Adem in en uit. Even contact maken met mezelf.
Ze zijn succesvol. Slim. Strategisch. Allemaal eindverantwoordelijk. Mensen die gewend zijn richting te geven. Niet om bevraagd te worden op hun eigen aandeel in het patroon. En toch is dat waarom ik hier ben.
Ik voel lichte spanning. Niet omdat ik het niet kan. Maar omdat ik weet: vandaag moet ik ergens opstaan. Iets benoemen wat nog niet benoemd is. De onderstroom is krachtig. Macht, irritatie, loyaliteiten. Niemand zegt het hardop. Iedereen weet het.
De vraag is: durf ik?
10.12 uur – tijdens de sessie
Hij onderbreekt haar weer. Voor de derde keer. En niemand reageert.
Dit is zo’n moment. Ik hoor mijn eigen gedachten:
Laat maar gaan, ze lossen het zelf wel op. Nee, dit is precies het patroon. Maar als je het nu benoemt, kan het schuren. Ja. Dat is de bedoeling.
“Mag ik iets vertragen?” hoor ik mezelf zeggen. Daar is het. De blik naar mij toe. De lichte irritatie. De spanning in de ruimte. Dit is het machtsspel. Niet expliciet. Maar voelbaar. Ze zijn dit niet gewend. Ik voel mezelf helemaal warm worden. Shit.
Als coach moet ik hier blijven staan. Zonder groter te worden. Zonder kleiner te worden. Gewoon op mijn plek.
En ondertussen check ik mezelf:
Word ik geraakt? Ja.
Wil ik aardig gevonden worden? Ook ja.
Ga ik daarom iets inslikken? Nee. Maar oeh! Ik voel het in mijn buik.
Dit werk vraagt dat ik weet wat macht met mij doet. Wat status met mij doet. Wat dominante energie in mij oproept. Als ik dat niet ken, of niet weet te reguleren in mezelf, ga ik meebewegen of compenseren. En dan ben ik mijn plek kwijt.
13.00 uur – na afloop
Niet alles landde. Eén interventie sloeg niet aan. Ik merkte het meteen. Een defensieve reactie. De sfeer werd stroever dan ik had bedoeld. De energie liep even weg. Eigenlijk was het gewoon een slechte interventie. Ik heb de neiging om mezelf te veroordelen. Stom. Hoe kan ik dat nu zo doen.
Vroeger zou ik daar ’s avonds nog over malen. Nu weet ik: werken op de grens betekent dat je soms mis schiet. En toch blijft het wel nog een beetje nazingen. Maar al minder dan vroeger!
Coachen is geen exacte wetenschap. Het is vakmanschap in beweging. De kunst is niet dat elke interventie perfect is maar dat je blijft staan. Dat je het niet persoonlijk neemt. Dat je nieuwsgierig blijft.
Wij zijn als coaches ons eigen instrument. Onze eigen asset. Als wij niet blijven trainen, spiegelen, deelnemen aan intervisie, dan worden onze blinde vlekken het grootste risico in de ruimte.
Als teamcoaches creëren we samen met het team de bedding. Veilig genoeg om risico’s te nemen. Stevig genoeg om het ongemakkelijke gesprek te voeren. En scherp genoeg om het patroon niet te laten ontsnappen.
Dat vraagt veel van het team. En minstens zoveel van ons. Om te kunnen werken op deze grens.
Nooit meer een blog missen? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief.