Breinkorf blogt.

Het lastigste van teamwork

Als eenpitter en teamcoach was mijn motto ‘selluf doen’.
En, opgegroeid als enig kind, ben ik enorm goed in zelf doen.
Hartstikke handig als je zzp-er bent.
Zelfstandig is mijn ‘middle name’ en zonder personeel was mijn wens.
Autonoom zijn, op eigen benen kunnen staan, is trouwens ook handig als je teamcoach bent.
Want de kracht van teams met gedoe en gedonder is niet mis.

Waar ik niet zo goed in ben, is afhankelijk zijn.
Eigenlijk vond ik dat een vies woord.
Goed voor kindvrouwtjes, zwakke schepsels en onderdanige types.
En daar wenste ik me natuurlijk niet mee te identificeren.

Maar ondertussen voelde ik me wel een beetje alleen.
En toen ik in mijn eentje stond tijdens een bijeenkomst met 100 man die gedoe en gedonder hadden met elkaar, begon er toch iets te knagen: ‘dit hoef ik toch niet alleen te doen…’

Het lot was mij goed gezind, want Anne Jan en Zillah kwamen op mijn pad.
Dijken van teamcoaches, resultaatgericht en hartstikke collegiaal. Ondernemend bovendien.
En al jaren onderdeel van een team, dus teamwork was voor hen een stuk vanzelfsprekender dan voor mij.

Na een jaar van samen werken en samen bouwen, zijn we officieel een maatschap.
We ondernemen, coachen en lachen vaak samen.
Dus ben ik als teamcoach ook weer onderdeel van een team.
Walk the talk, zeg maar.

Maar in alle eerlijkheid: dat ging mij niet altijd gemakkelijk af.
Ik kan een aardig potje teamcoachen, maar onderdeel zijn van een team heb ik echt weer moeten leren.
Ik had toch een beetje de houding van: ‘tot hier en niet verder’.
Terwijl ik tegelijkertijd verlangde naar meer binding en verbinding.

Vaak zag ik in gedachten al die afwachtende kritische blikken van teamleden uit teamtrajecten.
Net als ik, dachten ze misschien:

  • ik vind jullie aardig, maar ik heb jullie niet nodig
  • ik wil best wel bij dit team horen, als jullie….
  • ik wil me aan jullie binden, maar ik laat niet het achterste van mijn tong zien
  • zeg, wie ben jij dat je mij kritiek geeft
  • als het mij niet bevalt, dan ben ik zo weer weg
  • moet ik nou echt vertellen wat ik fout heb gedaan

Ik begon die kritische blikken van die afwachtende teamleden beter te begrijpen.
Eng hoor om teamwork te doen, met je hele hebben en houwen.

Want wederzijds afhankelijk zijn.
Dat is wat goed teamwork vraagt.
Ik ben op weg, maar ik ben er nog lang niet.
Ik hoop dat ik later kan zeggen: ‘ik kan een aardig potje samenwerken’.
Nou ja, eigenlijk hoop ik dat Zillah en Anne Jan later over mij zeggen: ‘ze kan een aardig potje samenwerken’.

Want wat teamwork me brengt, zijn maten die

  • achter me staan en me back-up geven. Ik heb echt moeten leren dat te ontvangen.
  • me kritisch feedback geven. En ik kon het niet naast me neerleggen want ze hadden ook nog gelijk.
  • nieuwe dingen leren in teamcoaching, waardoor trajecten beter lopen.
  • klussen doen, waar ik niet goed in ben, zodat ik meer kan doen wat bij me past.
  • ondernemerschap tonen in bedrijfsmatige zaken waar ik een hekel aan heb.

Dus ja, ik groei en ik leer een teamlid te zijn: samen werken, samen ondernemen, samen leren.
Alleen zo kunnen we onze missie leven: teamwork in Nederland naar een hoger niveau te brengen, zodat teams met plezier resultaten halen.

In zelforganisatie draait alles om eigenaarschap. Dus niet meer: dat regelt mijn manager, de organisatie moet daar voor zorgen, daar hebben ze me niet over geïnformeerd, die procedure klopt niet of, dat is de taak van de OR

‘Je bent het niet geworden’ zegt de klant, nou ja niet mijn klant dus.
Potverrrdikkie. Bááálen dus. Het is zo’n mooie opdracht: een gehavend team met een interim-manager die haar vak verstaat en met wie ik graag zou willen samenwerken.