Breinkorf blogt.

Hoe vind jij dat het gaat met de transitie?

Lekker handig dacht ik: ik plan dat evaluatiegesprek meteen na die MT-sessie.
Maar nu heb ik daar toch een beetje spijt van,
want na een sessie met veel weerstand bij een MT, ga je niet tegen je opdrachtgever zeggen:
het gaat fantastisch!
 
‘Er is nu veel weerstand bij het MT’ zeg ik tegen hem en denk terug aan de sessie, waarbij ik er niet in slaagde de weerstand tegen de verandering weg te coachen. ‘Is wel een goed teken toch..?’ zegt de directeur, achterover hangend in zijn stoel. ‘Uhhh ja, is ook een goed teken’ antwoord ik aarzelend.
 
Ik denk terug aan de eerste sessie. Een reactief MT, tegen het apatische aan.
‘Komt goed’ was een veel gebezigde uitspraak in dit MT
Nu is het MT actief. En heeft weerstand. Ze krijgen een mening, ‘Komt goed’ hoor ik niet meer.
Ze gaan steeds meer lijken op managers die deze organisatie nodig heeft: kritisch, actief,
geen zoete koek slikken.

‘Nou, ga vooral zo door, we zijn op de goede weg. Komt goed’ zegt de directeur.
‘Ja…?’ zeg ik en ik denk ‘er is nog wel werk aan de winkel’ Ik kijk hem aan en vraag:
‘Wil je mijn ideeën horen voor 2020?’

In zelforganisatie draait alles om eigenaarschap. Dus niet meer: dat regelt mijn manager, de organisatie moet daar voor zorgen, daar hebben ze me niet over geïnformeerd, die procedure klopt niet of, dat is de taak van de OR

‘Je bent het niet geworden’ zegt de klant, nou ja niet mijn klant dus.
Potverrrdikkie. Bááálen dus. Het is zo’n mooie opdracht: een gehavend team met een interim-manager die haar vak verstaat en met wie ik graag zou willen samenwerken.